
Eindelijk wat tijd gevonden om toch hier het blog nog op een beetje fatsoenlijke manier te beëindigen. Ik kan wel zeggen na zo'n anderhalve maand in Nederland dat we het beruchte zwarte gat goed ontweken hebben. Het lijkt eigenlijk alweer alsof we niet weg zijn geweest. Feestje hier, feestje daar, een beetje leren voor tentamens, en weer beginnen met werken en je zit weer vast in het oude ritme. Ook wel lekker natuurlijk want wat zouden we anders moeten doen...
Toch was het na twee weken wel raar om terug te denken en jezelf dan weer te zien op foto's op een tropisch eiland bij Rio de Janeiro, of op Sugar Loaf terwijl je neer kijkt op Rio bij avond. Rio de Janeiro was wel een geniaal eindpunt omdat je je nooit verveelt in een stad met zo'n strand! Beetje jammer was wel dat het hanggliden niet doorging omdat het te bewolkt was, maar een dag in de mist staan was ook best grappig.
Omdat we het altijd zoveel over al onze bus avonturen hebben gehad hier nog even de statistieken:
524 uur en een kwartier hebben we in de bus gezeten
25 uur in één trein
5 uur op de boot (Galapagos niet meegerekend)
52 uur in het vliegtuig
We zeggen dus tegen iedereen dat we zeven maanden aan het reizen zijn geweest maar daarvan zaten we dus wel een volle maand in een hokje op wielen!
Laat ik er maar een eind aan gaan maken, dan kan ik het album voor mezelf gaan bestellen met alle verhalen erin. De plannen voor de volgende reis liggen al klaar en de bestemming word Azie. Wanneer weten we ook: zo snel mogelijk! Maar tegen die tijd worden jullie wel weer op de hoogte gebracht via dit prachtige medium.
Groetjes,
Marco & Niels
P.S. bedankt natuurlijk voor alle mooie reacties op voorgaande verhalen!
Het is alweer een tijd geleden sinds het vorige verhaal, maar we zijn nog gewoon aan het rondreizen. De reden dat er niet zoveel verhalen meer komen is denk ik dat we een beetje verwend zijn geraakt. Jungle hier, watervalletje daar, oud stadje zo nu en dan, het is allemaal niet meer de moeite waard om er een verhaal over te schrijven. Best raar, in het begin zou het allemaal nog helemaal nieuw en vet zijn geweest. Gelukkig zijn er nog wel een paar dingen die we de afgelopen maand gedaan hebben en die het vertellen waard zijn!
Na Cordoba zijn we Paraguay in gegaan. Geen hond die naar dit land gaat en je hoort er zelfs tijdens het reizen nagenoeg niks over. Blijkt het dus een van de mooiste landen te zijn. De mensen zijn geen toeristen gewend en willen dus constant een praatje met je maken, het hele land is begroeid met jungle en velden, en het weer is ook nog eens heerlijk. Niks mis met Paraguay dus!
In Asuncion zijn we een paar avonden uit geweest. Dit was wel ff wennen want de prijzen zijn behoorlijk hoog. Dit komt doordat alleen de rijkste laag van de bevolking hier uit gaat, het zijn ook gewoon bijna Westerse clubs.
Vanaf Asuncion zijn we met een Engels stel naar het zuiden gereisd, hier een national park bezocht voor de vlinders. Het regende dus er was geen vlinder te zien (ook geen andere toerist trouwens) en we hebben dus maar de drank opgedronken die Lianne en Chris bij zich hadden. Ze waren van plan om een paar dagen in het park te blijven maar daar was het iets te saai en klein voor.
De laaste stad in Paraguay was Ciudad del Este. Deze stad ligt strak tegen de Braziliaans/Argentijnse grens en dat is wel te merken ook. Electronica word er met bergen aangeboden en dan vooral aan de Brazilianen en Argentijnen die een dagje goedkoop komen shoppen. Zelf ook nog een memory stick gekocht, en je raad het al, die doet het natuurlijk niet! Gelukkig ook nog wat positiefs dat te koop was: het vlees van de straat BBQ. Geniaal stuk vlees voor een euro en een dag later nog geen problemen dus hier maar drie dagen op de stoep zitten eten. Bij Ciudad del Este ligt ook nog de op een na grootste dam ter wereld. Deze voorziet Brazilie van 19% en Paraguay voor 90% van hun energy. Wel hebben ze om deze dam te kunnen bouwen, watervallen die veel groter waren dan Iguazu even opgeblazen. Nog één feitje, van het ijzer in de dam zouden 380 eifeltorens gebouwt kunnen worden.
Iguazu dus, een gebied met in totaal 275 watervallen. Na de Niagara waterval komt hier het meeste water vanaf. Wij zijn alleen naar de Braziliaanse kant geweest waar je het mooiste overzicht over de watervallen krijgt. De foto´s komen later nog. Omdat het veel geregent heeft de laatste tijd komt er nu zeven keer meer water dan normaal van de watervallen. Hierdoor is het niet meer mogelijk om aan de Argentijnse kant boven de watervallen te gaan staan en de boot die normaal de trog in vaart gaat ook niet zo ver meer. We besloten dus om die veertig euro maar in de zak te steken en later te gebruiken.
Vanaf Iguazu zijn we naar Bonito gegaan. Dit is een klein, toeristisch dorpje in de binnenlanden van Brazilie. Het plan was om naar het strand te gaan maar het schijnt hier nu regenseizoen te zijn en het weer was niet fantastisch. In Bonito gelukkig nog wel en de eerste dag dus met super mooi weer gaan snorkelen in een van de rivieren in de buurt. Deze rivieren ontstaan uit bronwater en zijn super helder. Als je er in snorkelt lijkt het net een aquarium en met de gehuurde camera konden we dus super scherpe foto´s van de vissen maken.
Bonito is een echt jungle dropje en tegen de avond vlogen er geregeld parkieten en papagaaien over, toch iets leuker dan een duif om naar te kijken. Hoe klein het dorp ook is, na een avondje in de lokale bar/discotheek kregen we het toch voor elkaar om hopeloos verdwaald te raken! Mooie was dat we tijdens de anderhalf uur durende zoektocht nog wel de wat zeldzamere blauw/gele macauw gezien hebben. Maargoed, om zeven uur dan toch het hostel terug gevonden en net op tijd voor het ontbijt!
Brazilie is trouwens wel even hard wennen. We zijn weer gewoon de domme toerist die heel veel geld schijnt te hebben. Tours zijn hier super duur en de bussen net zo. Vergeleken met Argentinie zitten we hier weer in rot bussen, geen eten en heel veel stops onderweg en dat voor de hoofdprijs. Het Portugees is trouwens niet te doen, het is een soort mix tussen Russisch, Hebreeuws, Duits, Frans en Spaans. Kortom, niet te doen dus! Mensen verstaan ons gelukkig nog wel een beetje als we Spaans spreken en meer mensen spreken hier Engels.
Momenteel zitten we in Sao Paulo. Een stad met evenveel inwoners als heel Nederland dus gezellig druk. Na het weekend gaan we dan eindelijk het Braziliaanse strand opzoeken in de buurt van Rio de Janeiro.
Toch maar even een korte update van onze reis door Argentinië, want het laatste verhaal is alweer drie weken oud. We hebben inmiddels de kou en sneeuw van Patagonië achter ons gelaten en zitten nu helemaal in het noorden van Argentinië in Cordoba. Vanuit Ushuaia zijn we toch maar met de bus, inplaats van het vliegtuig, naar Buenos Aires gegaan. Drie uurtjes in het vliegtuig leek ons veel te kort, dus kozen we maar voor 51 uur in de bus. Eerst vanuit Ushuaia naar Rio Gallegos in 10 uur, daar een paar uurtjes wachten en toen heerlijk 36 uur in dezelfde bus richting Buenos Aires. Eerlijk gezegd is de bus helemaal niet erg als je toch geen haast hebt. In Nederland is een uur in de bus of trein vaak al irritant, omdat je altijd ergens moet zijn, maar hier maakt het allemaal niks uit. Overdag kijken we wat films in de bus, lezen een boek of ouwehoeren slap over alles wat we inmiddels al twintig keer besproken hebben. En 's nachts is het best goed te doen om wat uren te slapen. Toen we uiteindelijk in Buenos Aires aankwamen, hadden we eigenlijk best nog wel één of twee dagen langer in de bus kunnen zitten.
Maar goed, verder met Buenos Aires, de stad waar we toch het meeste van onze tijd de afgelopen weken hebben doorgebracht. In totaal zijn we bijna een week in Buenos Aires gebleven. De stad is reusachtig, met wijken die allemaal heel verschillend aandoen. Je hebt La Boca, de armste wijk, maar ook de meest toeristische; gekleurde huisjes, tango shows en op de foto met een Maradonna look-a-like. Daarnaast is Palermo de wijk waar de meeste mensen heen gaan om te feesten en de wijk Recoleta, waar de rijkeren van Buenos Aires wonen. Mooie parken en de belangrijkste begraafplaats in de stad, waar o.a. Evita begraven ligt.
Wij hadden een hostel midden in het centrum, als je de voordeur uitging, liep je gelijk de meest drukke winkelstraat van Buenos Aires in. Het hostel in Buenos Aires was super trouwens, de eerste dag gelijk twee Israëlische gasten en een Amerikaans meisje ontmoet, waar we een aantal dagen mee op getrokken hebben (en dan vooral 's avonds met uitgaan).
Het ritme van de mensen in Buenos Aires ligt trouwens heel anders dan dat in Nederland. En als je dacht dat kroegen en discotheken in Nederland laat op gang komen, dan moet je eens naar Buenos Aires gaan. Happy hours zijn soms pas van 23.00 tot 02.00 om maar mensen voor twee uur binnen te krijgen. Wij hadden al snel het ideale ritme gevonden en hielden vaak van 7 uur tot 11 een siësta. Daarna even douchen en dan uiteten om twaalf uur 's nachts. En geloof me dan ben je niet de enige. De restaurants zitten rond het weekend pas echt vol tegen 12 uur of later. Dus lekker steaks eten van 12 tot 1 uur, half 2 en dan naar een bar of club.
We hebben ook een wedstrijd van de Boca Juniors bijgewoond in het stadion in Boca. Het is he team met de meeste supporters in Argentinië en wij gingen er dan ook vanuit dat ze het wel redelijk zouden doen in de competitie. Bleek dat ze één na laatste stonden en bijna geen wedstrijd gewonnen hadden. Wij hadden net 50 euro neergelegd voor kaartjes en een tour en waren daarom niet echt blij met onze laatste aankoop. Gelukkig hadden ze deze keer wel een goede dag en wonnen ze met 4-0. Super vet om de sfeer mee te maken in het stadion, we zaten jammer genoeg wel in een wat rustiger vak, maar het was nog steeds een feestje wanneer er gescoord werd.
In Buenos Aires hebben we trouwens ook nog even een bezoek gebracht aan het ziekenhuis. Toen ik de bus uitkwam, was heel mijn pols onstoken. Ik had namelijk twee weken daarvoor tijdens het snijden van groente in mijn pols gesneden, inderdaad heel knap werk. Het ging twee weken goed, maar blijkbaar toch nog ontstoken geraakt. Leek ons allebei toch wel beter om maar even naar het ziekenhuis te gaan, voor wat antibiotica. Dus op naar de Eerste Hulp van het Britse privé ziekenhuis in de stad. Daar vond het personeel het natuurlijk allemaal erg spannend, want zo vaak zagen zij blijkbaar geen buitenlanders, die van medische termen in het Spaans al helemaal niks snapten. Eerst even formuliertje invullen en gelijk 36 euro betalen voor het consult. Gelukkig hoefde ik niet al te lang te wachten en kon ik al snel bij een dokter terecht. Hij er even naar kijken en hij kwam ook al snel tot de conclusie dat het onstoken was en ik antibiotica moest slikken. Snel afgehandeld dacht ik, wat pillen, hij maakte de wond schoon, verbandje erop en klaar. Maar nee, het moest gefixeerd worden zei hij, dus daar kwam het gips al tevoorschijn. Op zo'n moment wil je natuurlijk niet gaan zeuren en zeggen dat je dat allemaal niet nodig lijkt, hij is per slot van rekening de dokter en zal het allemaal wel beter weten. Dus na twintig minuten kwam ik de spreekkamer weer uit alsof mijn pols op meerdere plekken gebroken was en met een afspraak bij de 'hand'dokter zoals hij hem noemde, de volgende ochtend om 8 uur. De volgende ochtend weer terug, de assistent haalde alles er weer af, terwijl de dokter een croissantje stond te eten met wat koffie. Hij wierp en er ook nog even snel een blik op en kwam ook met de conclusie dat het onstoken was en dat ik door moest gaan met de antibiotica. Dus nu twee afspraken verder en 100 euro lichter is de wond dan toch weer genezen. De antibiotica pillen waren overigens gratis, want die gaf hij zo maar even er bij.
Na onze avonturen in Buenos Aires, die vooral uit uitslapen en steak eten bestonden, zijn we met de boot naar Uruguay gegaan. Colonia en Montevideo bezocht in 3 dagen en daarna weer met de bus terug naar Argentinië. Uruguay is het meest saaie land waar we tot nu toe geweest zijn. De enige reden om daar heen te gaan is het strand en toen wij er waren was het weer slecht, dus zijn we maar snel weer de grens overgegaan. Daarbij kregen we trouwens wel champagne in de bus! Ze zien je blijkbaar liever gaan dan komen.
Vandaag de laatste dag in Cordoba, de één na grootste stad in Argentinië, want vanavond nemen we de bus naar Paraguay. Blijkbaar gaat niemand daar heen, want we zijn tijdens de hele reis pas één backpacker tegen gekomen die in Paraguay was geweest. Hopelijk is het de moeite waard en anders gaan we gewoon snel richting de Iguazu watervallen en de stranden in Brazilië. ;)
Natuurlijk later dan het verhaal, maar HIER zijn dan de foto´s van de afgelopen weken.
Oh en op speciaal verzoek staat er ook ergens een foto tussen van een apenboom.
Voor het eerst deze reis, ondanks alle bergen die we al gezien hebben, heb ik het gevoel op wintersport te zijn. Overal om ons heen zie je meren, bossen en bergen met sneeuw. De bouwstijl in het gebied lijkt erg op de huizen die je in de Alpen ziet met heel veel hout. Dit komt doordat bijna de gehele bevolking afstamt van Europese emigranten. De grootste indruk maken toch wel de enorme gletsjers die overal in dit gebied te vinden zijn. Maar een ding blijft nog het beste bij van Patagonia en dat is: jezelf helemaal tot stront lopen!
Sinds Mendoza zijn we hemelsbreed drieduizend kilometer naar het zuiden afgedaald. Eerst 14 uur met de bus naar Bariloche en vandaar 28 uur met de volgende bus naar El Calafate. El Calafate stelt zelf niet heel erg veel voor maar het is beroemd vanwege de Perito Moreno Gletsjer. Deze gletsjer is een van de weinige gletsjers op aarde die nog stabiel is. Totaal is hij meer dan dertig kilometer lang, de voorkant is vijf kilometer breed, en 60 meter steekt hij boven het water uit. Onder water gaat hij nog eens 110 meter door. De gletser heeft aan de voorkant twee meren liggen maar doordat hij steeds vooruit schuift sluit hij soms een van die meren af. De druk van het water neemt vervolgens toe en dat gaat dan een soort tunnel door de gletser uitslijten. Hierdoor ontstaat een 'ijsbrug' en op een gegeven moment wordt de druk te groot en deze stort dan geheel in. De laatste keer dat dit gebeurde was in 2008 dus nu lag er alleen een hoop ijs en geen brug meer. Het uitzicht is alsnog super vet en om de tien minuten breekt er een stuk ijs ter grote van een huis af wat een onwijze klap geeft op het water.
In totaal hebben we twee uur staan kijken bij de gletsjer voordat we met de tour groep op de boot naar de gletsjer toe gingen varen. Aan de overkant was het een stukje lopen door het bos en toen mochten we de ijshaken onder onze schoenen binden om over de gletsjer te gaan lopen. Het lopen zelf stelt niet heel veel voor en is best toeristisch maar het blijft bijzonder om over zo'n ijsrivier te lopen. Na anderhalf uur lopen kregen we een whisky en een koekie en konden we weer terug naar El Calafate met de bus vol oude toeristen. Ik zeg oud omdat we denk ik 35 jaar onder het gemiddelde van de groep zaten maar dat is ook niet zo gek als je bedenkt dat zo'n dagje naar de gletsjer meer dan hondertwintig euro kost!
Vanaf El Calafate zijn we naar El Chaltén gegaan. Dit plaatsje ligt bij het mooiste wandelgebied van Argentinie en bij de beroemde Fitz Roy berg. De eerste dag zijn we gelijk maar naar Fitz Roy gelopen, totaal een tocht van 7 uur en 25 kilometer. Boven bij de berg waaide het zo onwijs hard dat je met gemak erop kon leunen. De tweede dag is Niels in het hostel gebleven en ben ik nog naar een andere gletsjer gelopen, weer heel veel wind op het eind en door de bewolking waren de bergen niet goed te zien, de gletsjer gelukkig wel.
Na deze twee dagen van voorbereidend wandelen was het dan eindelijk tijd om naar Puerto Natales, Chili, te gaan. Deze plaats ligt bij het mooiste en vooral bekendste natuurpark van Zuid-Amerika: Torres del Paine. In Puerto Natales wisten we voor een goede prijs alles te huren wat we nodig hadden voor de trektocht.
Met de bus vertrekken we op 28 maart naar het park en we rijden als enige helemaal door tot het laatste busstation, de rest neemt allemaal de catamaran maar dat vonden wij niet de moeite waard. Natuurlijk hebben we niks gepland en we zijn dan ook blij als we bij het park een kaart krijgen waarop we een beetje een route kunnen plannen. Het plan is om een dag of vier a vijf in het park te blijven en de 'W' route te gaan lopen. De onderstaande kaart geeft de route in het groen weer zoals wij die gelopen hebben.

De eerste dag zou twee uur moeten duren maar dat worden er uiteindelijk vijf omdat we verder doorlopen. De planning klopte al meteen niet aangezien het toch zwaarder bleek dan gedacht om met een backpack te moeten lopen! De eerste nacht krijgen we ook al meteen spijt van de gewoonte om alles zo goedkoop mogelijk te doen. De matjes waarop we slapen blijken onwijs dun te zijn en de slaapzak is bij lange na niet warm genoeg. Als je dan 's ochtends ziet dat je hele tent onder het ijs zit krijg je wel een beetje spijt! De rest van de nachten maar met de voeten in de rugzak gelegen, een muts op je kop, en Niels met de wandelbroek en sokken aan. Is ook lekker makkelijk 's ochtends want je ritst je slaapzak open, doet een jas aan, en je bent er weer klaar voor!
De eerste twee dagen hadden we fantastisch weer, windstil en veel zon. 's Middags de tweede dag in een t-shirt naast de gletsjer gezeten, de foto's spreken voor zich. De derde dag werd wat minder toen het de gehele dag bleef regenen, natuurlijk toch gaan lopen want we moesten die dag het Italiano 'muizen' kamp bereiken. Dit kamp is berucht om de muizenplaag maar we hadden ons plan al klaar. Het eten in een zak in de boom hangen, onder een poncho, en die met deo inspuiten! Het bleek te werken en maar goed ook want bij andere mensen zaten de gaten in de tent!
Het eten is trouwens nog weer een ander verhaal, we hadden natuurlijk te weinig! De eerste dagen cornflakes voor ontbijt, drie plakjes oud brood met kaas voor lunch, en een pakje rijst als avondeten. Van al dat lopen kregen we natuurlijk onwijze honger dus tussendoor eerst nog maar eens extra eten gekocht bij een groot kamp en daarna werd het lopen ook gelijk een stuk makkelijker.
De laatste dag zaten we bij de Torres waarnaar het park vernoemd is. Dit zijn drie bergen in de vorm van torens en je bereikt het uitkijk punt door 400 meter omhoog te klimmen over stenen. 's Middags was het uitzicht niet heel goed dus we besloten het de ochtend daarna nog een keer te proberen. Om zes uur uit bed, blijkt dat het de hele nacht al aan het sneeuwen is! Hoe verder we omhoog klommen hoe erger het werd, tegen de top lag er toch wel een laag van vijf centimeter. Het uitzicht was helaas nog steeds niet alles dus we zijn weer snel naar beneden gegaan en naar de uitgang van het park gelopen.
Totaal hebben we in zes dagen, 125 kilometer gelopen. Veel over de natuur heb ik niet verteld aangezien dat het beste te zien is op alle foto's die we van het gebied hebben. Voor het eerst zo'n tocht maken was zwaar, vandaar de titel van het verhaal, maar het was het ook helemaal waard!
O voor ik het vergeet in Bariloche ook nog 60 kilometer op een mountainbike gezeten. Gietende regen en constant op en neer fietsen. Hier heeft Niels waarschijnlijk z'n verkoudheid opgelopen waardoor hij in El Chaltén niet mee ging de tweede dag.
Vanaf Puerto Natales gaan we morgen naar Ushuaia, Argentinie. Dit is de meest zuidelijke plaats op aarde. Daar proberen we een goedkoop vliegticket naar Buenos Aires te regelen. Lukt dit niet dan gaan we weer lekker 50 uur de bus in! De foto's volgen zo snel mogelijk.
P.S. nog bedankt voor alle reacties op voorgaande verhalen, blijft altijd leuk om te zien dat mensen het verhaal lezen!
Inmiddels zitten we al in Argentinië, maar drie dagen geleden zijn we terug gekomen van Paaseiland. Eigenlijk stond Paaseiland nooit echt in de planning, omdat we er vanuit gingen dat het veel te duur zou zijn, aangezien wij precies in het hoogseizoen in Chili zouden zijn. Maar toch maar even gecheckt bij het LAN kantoor en we kregen een aanbieding om voor 440 euro p.p. te vliegen en dat konden we natuurlijk niet weigeren.
Voordat we vlogen ook maar even gekeken of we misschien een hostel konden boeken en we vonden uiteindelijk een camping voor 7,5 euro p.p., dus die ook maar gelijk gereserveerd.Op woensdag de 10e met een tas vol spaghetti (want eten op het eiland is duur) richting het vliegveld. We hadden al gehoord dat er wat problemen waren op het vliegveld, maar we hadden niet verwacht dat alles naar buiten in tenten was verplaatst; we mochten heel het gebouw niet eens in. En heel erg lekker was het niet om met 30 graden in een tent te wachten, maar daarna wel weer een super chill vliegtuig richting Paaseiland. Vijfenhalf uur later (veel te kort, want we hadden maar 1 van de 25 films gezien) stonden we op Paaseiland, meer dan 3500 km van de bewoonde wereld. We zouden worden opgehaald door de eigenares van de camping, maar volgens haar hadden we onze reservering niet bevestigd. Gelukkig had ze nog wel een tent over en hoefden we niet opnieuw een slaapplek te zoeken. Dezelfde avond een Italiaan ontmoet van 22, die al een heel plan had voor de komende dagen. Wij kwamen zoals gewoonlijk aan met geen enkel idee van wat we zouden gaan doen, dus toen hij voorstelde om samen het eiland te bekijken, zeiden wij gelijk ja.
De eerste echte dag op het eiland hebben we een wandeltocht gedaan naar een vulkaan, waarvan de krater gevuld is met water en planten die daar als een soort van ijsschotsen groeien. Daarna Orongo bezocht, een heel oud dorp waar de ´birdman´ woonde. Elk jaar werd er een competitie gehouden, waarbij mannen naar een eiland moesten zwemmen, waar ze het ei van een vogel moesten zoeken en dat vervolgens terug brengen. Volgens verhalen bleven ze soms wel twee weken wachten op het eilandje, totdat een vogel een ei legde. Degene die het ei als eerste terugbracht werd de ´birdman´ en verbleef vervolgens een jaar in Orongo om het eiland te beschermen met zijn magische krachten. Hij beschikte bovendien over een tiental maagden die al een jaar lang in afzondering leefden. In hoeverre hij zijn dagen besteedde met het beschermen van het eiland valt dus te betwijfelen.
De dagen erna hebben we een jeep gehuurd en zijn we alle sites op het eiland gaan bekijken. Jammer genoeg zijn erg veel sites wel erg aan elkaar gelijk en nadat we een stuk of 20 moai´s (beelden) plat hadden zien liggen, werd het toch wel wat saai. Er zijn maar een paar plekken op eiland waar de beelden wel rechtop staan, want vroeger hebben de rivaliserende clans op het eiland de meeste beelden omgeduwd. De meest indrukwekkende plek op het eiland is in het midden van het eiland, waar de groeve ligt, waar alle beelden werden gemaakt. Rond deze vulkaan staan tientallen beelden, die nog in goede staat verkeren. Een hele mooie plek, maar de magische krachten van het eiland hebben wij alleen niet kunnen voelen.
Daarnaast zijn we bewapend met onze zaklampen lavatunnels in geweest. Er schijnt een heel complex aan lavatunnels te liggen onder de grond en wij hebben daar een gedeelte van bekeken. Het mooiste wat we daar hebben gezien was een ruimte waar een deel van het plafond was ingestort, waardoor er een gat onstond van een paar meter breed. En daar groeide precies één boom vanuit de tunnel omhoog. Het was echt zo´n plek die je alleen in films of op schilderijen ziet, heel onwerkelijk. Wij hebben er alleen niet een hele goede foto van kunnen maken, maar onze Italiaanse vriend had een camera en lensen bij zich die bij elkaar toch wel een paar duizend euro moeten hebben gekost, dus van hem ontvangen we nog wat foto´s.
Onze maaltijden ´s avonds bestonden op één avond na steeds uit spaghetti. De avond dat we van de pasta verlost waren, organiseerde de eigenares van de camping een soort van barbecue. Vis, vlees en kip werd gebakken in een kuil met hete stenen en bananenbladeren. Super lekker en er was zo veel dat niet eens alles opging.
De laatste dag, een zondag, hebben we samen met de locals de dag doorgebracht op het strand. Het water was verbazingwekkend warm vergeleken met Chili en een dagje in zee en op het strand onder een palmboom doorbrengen was zo gek nog niet.
Nog even iets totaal anders dan Paaseiland; gisteren hebben we even decadent gedaan tijdens een wijn(fiets)tocht. Gezellig met een hele groep op de fiets langs wijnerijen en overal wijn proeven. Ik weet niet of we nu een Malbec van een Syrah of een Cabernet Sauvignon kunnen onderscheiden, maar lekker was het allemaal wel. De tocht nog even afgesloten met een shotje absinth en toen weer met de bus terug naar het centrum van Mendoza. Gisteravond was het trouwens St. Patricks Day dus dat moest ook nog even gevierd worden in de Irish Pub. Het was alleen zo druk dat het een half uur duurde voordat we een biertje hadden en na 2 uur hebben we het dan ook maar voor gezien gehouden.
Vanavond pakken we de bus naar Bariloche en gaan we eindelijk iets koudere gebieden in op weg naar Patagonië.
De foto´s van Paaseiland kan je HIER vinden.
Voor iedereen die niet kan wachten, staan de foto´s van Paaseiland alvast online.
Klik HIER!
Het verhaal volgt waarschijnlijk morgen, want we gaan nu eerst aan onze wijntour beginnen. ;)
Ons laatste verhaal kwam vanuit Oruro, inmiddels zijn we alweer een paar duizend kilometer naar het zuiden afgedaald. Op dit moment zitten we in Viña del Mar, dit is DE badplaats van Chili en omdat het maar anderhalf uur van Santiago af ligt is het hier in de weekenden druk met mensen van de stad. Maar laat ik het eerst eens even hebben over het hele stuk tussen Oruro en Santiago.
Na het carnaval zijn we met een bus naar Potosí vertrokken. Deze plaats is bekend om zijn zilvermijnen. Tijdens de coloniale tijd was Potosí de rijkste en grootste stad ter wereld en dit is niet zo gek als je hoort dat ze in die tijd per duizend kilo rots 800 kilo puur zilver naar boven haalden! Tegenwoordig is dit nog maar tachtig gram en dat is te zien ook. Potosí is nu niet meer dan een normale stad in Bolivia maar dan wel met tachtig kerken uit de goeie oude tijd. We zijn met een gids ook de mijnen in geweest. Beginnend op niveau 1 daal je af via smalle trappen naar niveau 4 wat op 70 meter diepte ligt. Anders dan grotten met mooi gekleurd steen is dit een echte industrieële mijn, compleet met rails voor de karretjes en dinamiet gaten in de muur. Super interessant om de verhalen te horen en gelukkig sprak de gids goed engels.
Vanuit Potosí dachten we dat het leuk zou zijn om naar Tupíza te gaan. Vanaf daar is het mogelijk om tochten over de zoutmeren te doen maar de meeste toeristen doen dit vanaf Uyuni. Omdat we toch tijd genoeg hebben leek het ons beter om vanaf Tupiza te gaan aangezien we dan een dag extra konden doen en zo ook de streek om Tupiza te zien zouden krijgen. Het viel dus even tegen toen we in Tupiza te horen kregen dat de tour duur was en dat er niet genoeg toeristen op dat moment waren om meteen weg te gaan! Toen maar besloten om toch weer naar Uyuni te gaan en aangezien er een trein vanaf Tupiza daarheen gaat leek ons dat wel een mooie manier om naar Uyuni te gaan. Ticket gekocht (een eerste klas omdat de rest al vol zat) en nog even een tourtje op een paard gedaan in Uyuni. Deze paarden wisten opeens wel hoe ze in galop moesten en dat hebben we geweten ook! Natuurlijk als een zoutzak op dat paard zitten en vervolgens vier dagen spierpijn in je kont hebben...
Maargoed om half 7 ´s avonds, 20 februari, vertrekken we met de trein naar Uyuni. Dit is normaal gesproken een rit van zes uur maar dat liep ietwat anders. Om negen uur stopten we opeens en werd er omgeroepen dat er wat problemen waren. Een uur later begonnen we weer te rijden, maar om elf uur stonden we weer stil en toen kwam het mooiste bericht ooit gehoord in een trein! Via de speaker werd even meegedeeld dat er 40 meter spoor door een aardverschuiving defect was en dat ze nu met onze locomotief een bulldozer en shovel gingen halen om dit te repareren. Wij moesten zolang hier blijven staan en morgen om 12 uur zouden ze met een update komen!!! Als goed makertje kregen we een colaatje en een broodje omdat we in de eerste klas zaten en toen kon je gaan slapen. Met de dekens van de trein maar een bed op de grond gemaakt en toch nog best goed geslapen daar. ´S ochtends kijk je dan naar buiten en blijkt het dat we op een station staan in een spookdorp in the middle of nowhere. Midden op de altiplano en het enige wat te zien is zijn bergen en groepjes alpaca´s. Iedereen loopt een beetje rond, eet wat in de fourage wagon, of kijkt een filmpie. Voor timing hebben ze wel gevoel in Bolivia want precies om 12 uur was de locomtief terug en konden ze aan het werk. Uiteindelijk reden we om half 4 weer verder en kwamen we om zeven uur aan in Uyuni. Zes uur werd uiteindelijk 25 uur!
Uyuni is een saaie stad midden in het niks. We boekten nog dezelfde dag een tour voor de zoutmeren, deze tour werd ons aangeraden door Sahar (een van de israelische meiden van Samaipata) die we toevallig tegenkwamen in Uyuni. De zoutmeren zijn bizar! Totaal 12000 vierkante kilometer zout. Soms staat er een laag water op het zout en met de witte wolken erboven geeft dat een super mooi uitzicht. De foto´s laten het beter zien want het is moeilijk te beschrijven. Het zout is 1,2 tot 1,5 meter dik en op sommige plaatsen stromen er nog riviertjes onderdoor. Het is dus net een soort ijs waar je met de jeep overheen rijd. Totaal hebben we drie dagen met een jeep door het gebied gecrossed. Niet alleen over de zoutmeren maar ook door de bergen, langs meren met flamingo´s, en over uitgestrekte rotsvlaktes. De tocht eindigde voor ons bij de grens met Chili.
En daar zie je de meest bizarre grens overgang ooit! Je gaat van het armste naar het rijkste land van Zuid Amerika. De grens post is niet meer dan een huisje op de hoogvlakte maar als je dan een paar honderd meter gereden hebt met het busje rij je opeens op een ASFALT weg! Dit was echt even schrikken want de belijning en bordjes waren ook nog in goede staat en de bus rijd gewoon 100 km/h. En voor je zie je dan in de diepte Chili liggen, je rijdt vanaf de hoogvlakte twee kilometer de diepte in en dan sta je in de Atacama woestijn. De prijzen in Chili zijn ook gelijk vier keer zo hoog als in Bolivia dus de levenstijl moet drastisch omgegooit worden. Niet meer drie keer per dag naar het restaurant, elke sok apart laten wassen en taxi´s voor driehonderd meter naar het hostel...
In San Pedro de Atacama hebben we dezelfde dag nog een mountainbike gehuurd en zijn we door de Valle de la Luna gaan fietsen. Van alle plekken op aarde schijnt deze vallei het meeste op het oppervlak van de maan te lijken. Het zag er inderdaad heel apart uit, maar het was er vooral snik heet! De volgende dag, 25 februari, de bus naar La Serena genomen. De bus was wederom een hele verandering, je kunt je eigen airco controleren, een assistent met luchtverfrisser loopt af en toe door de bus, en de wc werkt gewoon! Een bus ritje van 17 uur word zo gewoon weer leuk.
In La Serena elke dag op het strand gelegen en weer eens een beetje bijgegeten met eigen gekookt eten. De spannendste dag daar was de dag van de aardbeving. Om negen uur werden we gewekt door de vrouw van het hostel die vroeg of het misschien niet handig was om onze ouders te bellen. We dachten waar bemoeid dat mens zich mee, totdat we de tv aanzetten en het nieuws over de 8,8 aardbeving zagen. In het hostel zaten ook scheuren in de muren maar wij zijn er schijnbaar gewoon doorheen geslapen. Die dag mocht er niet gezwommen worden vanwege het tsunami alarm. De tsunami kwam uiteindelijk niet maar van wat we op tv gezien hebben had het veel erger kunnen zijn. In het zuiden zijn hele dorpen langs de kust weggevaagd en mensen drinken water uit de zwembaden en beroven de supermarkten om in leven te blijven... Mogen blij zijn dat we gelukkig ver genoeg in het noorden zaten.
Maargoed, van een vriend uit Canada, Tatu, kregen we te horen dat het in Santiago allemaal niet zo slecht was en dus besloten we om daar toch maar even te gaan kijken. Op twee maart kwamen we daar aan en namen we voor het eerst in Zuid Amerika de metro. Een mooi hostel met zwembad gevonden en de volgende dag door de stad geslenterd. De stad is echt super mooi, heel veel bomen en parken door de stad, en het is er schoon en goed geregeld. Eergister met Tatu afgesproken om wat te gaan drinken in de stad. Hij werkt daar voor een Fins bedrijf dat onderzoek naar de Chileense markt doet. We drinken eerst wat in een Irish pub en hij neemt ons daarna mee naar zijn apartementen gebouw. Compleet met bewaker, zwembad en gym en dat voor maar 400 euro per maand. Het uizicht mag er ook zijn vanuit zijn kamer. Vervolgens dacht hij dat het wel leuk zou zijn om even te kijken waar hij normaal uitgaat. Dit bleek dus gewoon even de chicste club van Santiago te zijn! Het zit in het ´W´ hotel midden in het zaken centrum van Santiago. Tatu kent daar ook gewoon iedereen dus we moesten even praten met de eigenaresse en vervolgens werd er door de serveerster gevraagd of we aan de tafel van twee modellen wilden komen zitten. Het bleek haar verjaardag te zijn en we moesten maar pakken wat we wilden want de drank van de tafel was gratis! Na al die goedkope barretjes van de vorige drie landen was dit wel even een grote cultuur schok. Maar wel weer even iets totaal anders en niet moeilijk om aan te wennen!
Nu zitten we dus in Viña del Mar en zitten we eigenlijk een beetje te wachten. We hebben namelijk in Santiago een perfecte prijs voor een vlucht naar Paaseiland weten te vinden dus dat gaan we over vier dagen doen!
Het internet in dit hostel is perfect dus wie zin heeft om heel veel foto´s te bekijken kan zich weer vermaken!
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.