Niels en Marco in Zuid-Amerika

Carnaval in Oruro inclusief traangas en heel veel bier

Na ons laatste verhaal zijn we van La Paz met de bus richting Santa Cruz vertrokken. Santa Cruz zelf is zoals de meeste steden in Bolivia übersaai. Jeroen hebben we in Santa Cruz op het vliegtuig gezet, want die ging verder reizen in Mexico en wij zijn daarna ook maar snel vertrokken. Met de collectivo taxi naar Samaipata, 3 uur reizen en voor het geweldige bedrag van 4 euro p.p. En dan betaalden we nog extra, omdat we maar met z´n drieën in de taxi zitten. Bloedheet in die taxi, dus dan doe je je geldbuideltje even af. Dan moet je hem natuurlijk wel meenemen als je uitstapt. Dus eenmaal in het hostel aangekomen, kwam ik erachter dat mijn paspoort, pinpas en al mijn geld nog in de taxi lag. Wij terug rennen, maar die taxi was natuurlijk al lang weg, naar het volgende dorp. Gelukkig was er een ´vriendelijke´ Boliviaan die ons wel wilde helpen, want hij was bekend in de regio en kende alle taxi bedrijven. Dus hup, wij in zijn taxi richting Mairanna en hij zou ons wel rondrijden. Toen kwam natuurlijk de hamvraag, wat herinnerden wij ons nog van de taxi. Hij was wit, het dashboard met snelheidsmeter zat aan de verkeerde kant en hij had een beertje op zijn dashboard. Oh ja en er zat een grote sticker over de voorruit met iets in de trant van Santa Cruz - Mairanna. Onze vriend verzekerde ons dat we hem wel zouden vinden en hopelijk ook al mijn geld; als hij het was geweest had hij sowieso alles terug gegeven, want het zijn per slot van rekening niet zijn spullen en van andermans geld moet je afblijven. Eenmaal in Mairanna hadden we natuurlijk geen schijn van kans, wij herkende geen van de stickers van de bedrijven en alle taxi´s bleken wit te zijn met de snelheidsmeters aan de passagiers kant. Teleurgesteld terug naar Samaipata en hopelijk konden we morgen meer bereiken, want de mensen in ons hostel hadden redelijk wat contacten. Eenmaal terug in Samaipata bleek onze vriend toch iets hebberiger dan hij deed voorkomen en rekende een schandalige prijs voor zijn service als taxi chauffeur. En hij kon ons de volgende ochtend ook nog wel even terug rijden naar Santa Cruz, zodat we daar onze taxi konden zoeken. Gelukkig is het zover allemaal niet gekomen, want de volgende ochtend hadden ze in het hostel met één telefoontje al het juiste taxibedrijf gevonden en konden wij weer met de taxi naar Mairanna. Daar aangekomen, kwam de eigenaar van het taxibedrijf ons persoonlijk op halen om bij de chauffeur langs te gaan. Die had gelukkig mijn buideltje en ik was al lang blij dat ik mijn paspoort weer had. Bleek wel dat er ongeveer 40 euro weg was. Maar dat leek op dat moment een kleine prijs en ik wilde er verder geen problemen van maken, want hij had toch glashard ontkent dat hij het gestolen had. Toen we weer in de auto van de eigenaar zaten, zei die nog wel even doodleuk dat we de chauffeur toch wel moesten belonen voor het vinden van mijn spullen, dus die was uiteindelijk nog tien euro rijker.Terug in het hostel bleek dat hij ook nog even door mijn voorraadje dollars heen was gegaan en in totaal was ik 100 euro lichter, wat natuurlijk voor de nodige grappen zorgde in het hostel.

Overigens kwamen we een paar dagen geleden erachter dat Marco gewoon een foto op zijn camera had, waar duidelijk de sticker op de voorruit te zien was, omdat we het zo grappig vonden dat alle meters aan de rechterkant zaten en het stuur naar links verplaatst was.

Maar goed verder hebben we een super tijd gehad in Samaipata. Het dorp stelt niks voor, een paar restaurantjes en een paar barretjes, maar het was het leukste hostel waar we in Bolivia hebben geslapen. Ons plan om één á twee dagen in Samaipata te blijven, veranderde uiteindelijk in vier dagen. Vier dagen lang met een Italiaan opgetrokken van 38, maar net zo gek als een twintigjarige. Met hem hebben we een tocht in de jungle gemaakt, waarbij we meters hoge varens hebben gezien. Het hostel zat verder vol met gezellige mensen en de laatste dag zijn we nog met vier Israëlische meiden naar ruïnes en watervallen geweest.

Omdat we nog wat tijd te doden hadden voordat het carnaval in Oruro zou beginnen, hebben we nog een paar dagen in Sucre doorgebracht. Wederom saai, maar wel een mooie stad. Daar kregen we al een voorproefje van het carnaval, want ze beginnen drie dagen voor het carnaval al elkaar te bekogelen met waterbalonnen en ook de bussen nepsneeuw/scheerschuim komen te voorschijn. Vlakbij Sucre nog wel het parque cretacico bezocht waar ze een bergwand vol met afdrukken van dinosauriërs hebben. Best vet om te zien, maar jammer genoeg moesten we wel van enige afstand alles bekijken, omdat de plaatstelijke betonfabriek gewoon doodleuk doorgaat met het winnen van de benodigde stoffen die rondom de rotswand gevonden worden.

Dit afgelopen weekend dan eindelijk carnaval gevierd in Oruro en wat een feest was dat. Zoiets moet je meemaken om je echt te kunnen voorstellen hoe het er aan toe gaat. Wij kamen aan op vrijdag en konden eerst een dagje rustig aan doen en de stad een beetje verkennen. ´s Avonds ook nog even afgesproken met de meiden uit Israël op het plaza, waarbij mijn telefoon door een zakkenroller gestolen is; onze portemonnee met gedeeld geld werd trouwens de volgende dag gestolen. (Dus wat dat betreft is ons geluk een beetje op aan het raken in Bolivia) Op tijd naar bed gegaan, want het echte carnaval zou pas de volgende ochtend beginnen. Op zaterdagochtend begint de optocht om 8 uur waar in totaal 48 groepen aan meedoen, waarvan sommigen uit honderden mensen bestaan. De optocht eindigt niet zoals in Nederland aan het eind van de middag, maar gaat hier gewoon door tot zondagochtend 6 uur. Wij hadden kaartjes voor de tribune op het plaza en gewapend met onze waterpistolen, bussen schuim en waterbalonnen gingen wij zaterdag om 10 uur op pad. Eerst even ontbijten in een restaurantje, wat de komende dagen onze vaste ontbijtplaats zou worden. Eigenlijk serveerde ze normaal geen ontbijt, maar voor gringos werd er wel een uitzondering gemaakt. Nadat we duidelijk hadden gemaakt dat we graag koffie, bananensap, brood, boter, jam en ei wilden voor het ontbijt, toch maar even vragen wat het ons zou kosten; wel een hele euro per persoon. Nou daar zeggen wij natuurlijk geen nee tegen. De rest van de dagen werden we elke ochtend verwelkomd met Hola Niels y Marcito (Marco´tje), vraag niet waarom ze Marco een verklein naam gaf, want het vrouwtje kwam ongeveer tot heuphoogte. Na het ontbijt toch maar eens bij onze tribune gaan kijken en daar werden we al gelijk verwelkomd met waterbalonnen en een gezicht vol schuim. De hele dag worden er waterbalonnen van de ene naar de andere tribune gegooid en eigenlijk ben je nooit langer dan een half uurtje droog. Bier vloeit er in overvloed en voor de meeste locals meer dan ze aankunnen. Hoeveel dronken mensen wij niet gezien hebben in het afgelopen weekend. Vooral veel jongens van een jaartje of 16 die het woord comazuipen een hele nieuwe betekenis geven. ´s Nachts zie je ze dan ook op de vreemdste plekken liggen, onder de tribunes in een plas van pis en bier, maar ook gewoon op twee meter afstand van de fanfares.

De groepen zijn allemaal in felle kleuren verkleedt en aan de kostuums wordt vaak een jaar lang gewerkt. Het thema is jammer genoeg wel erg eentonig en na 300 duivels, beren en engelen heb je het wel een beetje gezien. Maar gelukkig is het op de tribune gezellig en ga je toch elke keer weer staan schreeuwen en dansen als er een groep voorbij komt. Vooral het schreeuwen van ´Beso, Beso!´ naar de vrouwen is erg populair en als ze dan een handkus naar de tribune werpt, wordt die onder luid gejoel in ontvangst genomen.

De optocht eindigt dus op zondagochtend om 6 uur, maar om 8 uur gaan ze gewoon weer opnieuw beginnen met de groepen in een andere volgorde. En nadat we vanochtend om 5 uur de discotheek uitkwamen, konden we gewoon nog even genieten van de laatste groepen die voorbij kwamen.

Alles wordt overigens onder streng toeziend oog van de politie in de gaten gehouden en die vonden het op zondagmiddag blijkbaar nodig om nog even flink met traangas te gaan spuiten, waarbij de mensen op de tribune tegenover ons allemaal met hun kleding voor neus en ogen zaten. En waarom?, omdat er blijkbaar een paar mensen over het hek waren geklomen om mee te lopen in de optocht.

Wij verlaten vandaag de gekte in Oruro en nemen vanavond de bus naar Potosi, waar we hopelijk niet de hele dag in onze poncho rond hoeven te lopen. Maar we hebben wel een super carnaval gehad hier en vergeleken met Oruro zijn wij in Nederland eigenlijk maar amateurs.

De foto´s gaan we écht morgen uploaden.

UPDATE: We kunnen hier met een snelheid van wel 1 foto per 10 minuten uploaden, dus foto's staan HIER.

Kak!!!

Ja ze leven nog!

Het was even wachten maar dan toch weer tijd een een goeie computer gevonden voor een verhaal. Het vorige verhaal kwam nog uit Peru maar inmiddels zijn we alweer een tijdje in Bolivia. Vanuit Arequipa zijn we naar Puno gegaan. Deze plaats ligt aan het titicacameer en hier hebben we de drijvende eilanden van de Uros bezocht. Die mensen leven eigenlijk gewoon op grote rietmatten die drijven in het meer. Natuurlijk weer enorm toeristisch en dan ga je natuurlijk op een originele boot nog een rondje varen. Bleek dat die boot gewoon vol zat met twee duizend frisdrank flessen! Maar het had een reden, hierdoor kon de boot vier jaar mee in plaats van vijf maanden.

Dit gezien wilden we nog een avond op een eiland slapen in het titicacameer. Dit kon op het eiland Taquile. Het was prachtig weer en je zou niet zeggen dat je op bijna vier kilometer hoogte zat. Het was warm, zonnig en met ons eigen privé strand was het goed uit te houden daar! We sliepen daar in een huisje van stro en mest en aten bij de mensen in de woonkamer. Daar ligt dan ook gewoon een matras op de grond waar het hele gezin gezellig samen op slaapt. En het gezin is dan vader, moeder en twee kinderen. Geef mij toch maar m´n eigen bed! Het eiland leek verder eigenlijk sprekend op een grieks eilandje maar dan wel een heel kleine zonder auto´s en bijna geen electriciteit.

Omdat wij natuurlijk als echte backpackers hier een beetje rond willen trekken gaan wij met de Colectivo boot (taxi voor locals) naar het eiland. Dit bleek op de terugweg een wat minder goede keuze. We vertrokken als een van de eerste boten en komen vrolijk als allerlaatste in de haven van Puno aan. Drie uur op het dak zitten en zonder de zon van de vorige dag maakte dat het best een koud ritje.´S avonds nog even op een Playstation 3 met dik flatscreen fifa gespeeld, ze zijn soms straatarm maar dit soort speelhallen zie je zelfs in de kleinste dorpjes en dan gewoon ook met kasten van tv´s!

Van Puno zijn we dan eindelijk naar Bolivia gegaan. Het oversteken van de grens duurde iets langer dan verwacht. Maar na een uur in de rij gestaan te hebben konden we dan eindelijk de brug oversteken. En daar kwam de eerste verassing, een taxichauffeur kon ons wel voor vijf euro even naar La Paz brengen. Vijf euro klinkt dan best nog duur maar als je dan ziet dat La Paz nog 120 km is word je er wel blij van. Twee uur later stonden we dan in La Paz. De stad valt wat tegen, er is niet veel te doen en het weer helpt ook al niet echt mee. Het kan wel zonnig zijn maar vaak regent het ook de hele middag. Wel hebben we hier in het Loki hostel geslapen wat een super vet hostel is met een bar en alles erop en eraan. Op 24 Januari hebben we om half 1 ´s nachts Jeroen van het vliegveld gehaald en die reist vanaf dat moment met ons mee.

De eerste test voor Jeroen kwam meteen al na twee dagen toen we de Death Road hebben gedaan. Dit is de weg waar de meeste mensen gestorven zijn en die zijn we af gaan mountainbiken. Het begon op 4700m met een heerlijk ontbijtje, not! Het was een tafeltje uitklappen en wat brood met jam eten en dat rond het vriespunt. Het mountainbiken was veel leuker dan bij machu picchu, de gids racette de berg af en het was allemaal off road. Enige nadeel was dat we zo ongeveer op elke hoek even moesten stoppen voor weer een ´vette´ foto met waterval, klif, of zomaar voor de lol. Beneden was het weer tropisch en we besloten om in het hotel met zwembad te blijven en vandaar naar Rurrenabaque te gaan.

De volgende dag dus de tocht van 18 uur richting Rurrenabaque begonnen. Voor Jeroen de eerste bus en hij had gelijk geluk! Een lekkere stinkbus, eerst nog even de bandjes aandraaien op de weg en dan lekker met 25km/h tegen de heuvels op klimmen. En dit allemaal offroad en met tropische temperaturen. Uiteindelijk waren we om half 7 de volgende dag in Rurrenabaque. Gelijk op de motortaxi naar een hostel en naar bed. Rurrenabaque ligt echt midden tussen de Pampas (soort wetlands) en de jungle. Het is er minimaal 35 graden en benauwd. Heerlijk weertje dus na de kou van La Paz!

Meteen maar een tocht naar het national park van Madidi geregeld en daar gingen we de volgende dag met de jeep naartoe. Drie uur hobbelen later kwamen we bij de soort kanoboot aan en gingen we twee en een half uur varen. Je ziet daar bijna meer dieren dan op de Galapagos: apen, schildpadden, alligators, en enorm veel verschillende vogels. En bij het kamp kwamen natuurlijk de muggen! Echt met tientallen tegelijk lekker op je zitten om je leeg te zuigen. Gelukkig veel Deet bij de hand en gewoon veel kleren aan. ´S avonds was het dan tijd om even een biertje te gaan drinken in de bar en hier begon het feest voor Niels en Jeroen. Blijkbaar hadden ze iets verkeerds gegeten want ´even naar het toilet gaan´ heeft voor hun een heel nieuwe betekenis gekregen. Een nachtje op het toilet verblijven en de volgende dag ging het gelukkig weer een stuk beter, mede door de pillen van andere reizigers.

De tweede dag stond het zoeken naar Anaconda´s op het program en die hebben we ook gevonden. Een anaconda van 1,5 meter en natuurlijk iedereen ermee op de foto. Begint hij opeens te braken en ligt er zo ook nog even een volledige rat voor je voeten! Hierna was het dan tijd voor de eerste poging om met de Pink River Dolfin te gaan zwemmen. Dit klinkt leuk maar is niet zo makkelijk, ze zijn nogal schuw en het water is meer een bak met olie. Je hand twee centimeter onder het water en hij is niet meer te zien en het ruikt ook nog eens heerlijk naar rotte eieren! De dolfijnen zijn ook al niet veel beter, ze zijn eigenlijk gewoon heel lelijk! Een soort bult op hun kop en een vin op de rug die eigenlijk meer op een verdikking lijkt. Maar het blijven natuurlijk wel grote vissen en best vet om in hetzelfde water te zwemmen. Van Piranhas en Alligators trouwens geen last, die zijn te bang voor de dolfijnen.

´S middags was het tijd om Piranhas te gaan vissen. Dit viel vies tegen omdat de rivier nu heel hoog staat en de Piranhas daardoor overal heen kunnen zwemmen. Uiteindelijk had alleen onze gids een Piranha aan de haak. De rest zat alleen maar keihard te zweten en de muggen van zich af te slaan. Die avond hadden we echter meer geluk, Negro (de gids) wist met zijn blote handen even een Alligator uit het water te vissen van ongeveer een halve meter! Niels en ik net op de foto begon dat beest onwijs te spartelen en had ik opeens alleen zijn staart nog in me hand en een bek met tanden die heen en weer slingerde. Ik gooide hem dus snel weer in het water, is die gids een soort pissig dat ik hem niet in de boot gooide! Maar daarna ving hij gelukkig nog een ´guppie´, een kleine alligater zodat Jeroen ook nog even op de foto kon.

De laatste dag was het weer dolfijnen spotten en op de terugweg kwamen we ook nog Grande Cuy tegen, een soort grote cavia. Vandaag zijn we dan terug gekomen naar La Paz. Dit met een vliegtuig wat er maar 40 minuten over deed, een stuk beter dus!

Oja, we weten niet wat het is maar achter ons schijnt alles een soort van in te storten. Op Machu Picchu zaten 2000 mensen vast door modderstromen, Puno is deels overstroomt, en in La Paz zijn een aantal huizen onder een aardverschuiving verdwenen! Maar met ons gaat lekker, als we maar hard genoeg voor die rampen uit blijven gaan. Foto´s kan ik nog even niet laten zien maar zullen denk ik binnen vier dagen op het internet staan.

Argentijnse vrouwen in bikini en de Colca Canyon

Vorige week vrijdag hebben we dan eindelijk Cusco verlaten om op weg te gaan naar Arequipa. Nadat we terug kwamen van Machu Picchu zijn we nog een paar dagen in Cusco gebleven om wat te relaxen, films te kijken en nog wat andere dingen in de Sacred Valley te bekijken. We zijn o.a. naar Inca terrassen geweest, waar de Inca's vroeger experimenteerden met het telen van gewassen en naar een zoutwinning vlakbij. De laatste tijd kiezen we er vaker voor om tours gewoon zelf te doen, omdat het vaak goedkoper is en veel leuker om zelf dingen te regelen met locals. Toen we met de bus richting de Inca terrassen gingen, legden mensen in de bus ook van alles uit over de omgeving en we hadden ook weer hele gesprekken met de taxi chauffeur die ons daarna rond reed in het gebied. Dat rond rijden en wachten op ons als we iets aan het bekijken waren duurde in totaal zo´n twee uur en kostte ons tien euro in totaal. :)

De busrit van Cusco naar Arequipa was zoals gewoonlijk weer een rit van een uurtje tien en toen we eindelijk in Arequipa aankwamen duurde het eerst nog drie kwartier voordat we een hostel hadden gevonden voor een normale prijs. Het hostel hier is best gezellig, vol met backpackers en voor5 euro p.p. zit er ook nog een ontbijt bij. Vlakbij Arequipa ligt de Colca Canyon, de op één na diepste canyon ter wereld. De andere is 50 meter dieper en ligt 200 km verderop, maar ook in Peru. De Grand Canyon is met 1600 m dus niks vergeleken met de Colca Canyon. Het enige verschil is wel dat de Colca Canyon veel minder steile wanden heeft.

In Arequipa werden we natuurlijk weer constant lastig gevallen met tours naar de Colca Canyon, maar we hadden al besloten om nu eens een keer zonder gids te gaan trekken, omdat de Colca Canyon best goed zelf te doen is. De dag voordat we naar de Colca Canyon gingen nog even een kaart gekocht, die achteraf waardeloos bleek te zijn, en naar het busstation om een kaartje voor de volgende morgen te regelen. Jammer genoeg was het kantoor van Andaluchi bussen dicht en moesten we dus maar gokken dat ze de volgende morgen om5 uur nog plaats zouden hebben. De volgende ochtend vroeg er uit en omhalf 4 stonden wij op de bus terminal voor een dichte balie. Samen met wat lokals wachten en op een gegeven moment toch maar even vragen hoe laat de bus nou precies zou gaan. Bleek dat hij sowieso niet om 5 uur ging, maar om 6 uur. Nou goed, een uurtje extra maakt ook niet zoveel uit. Tegen zessen kwam dan eindelijk iemand die voor het bedrijf werkte en toen brak de chaos los. Iedereen begon te schreeuwen en te smeken voor een kaartje voor de bus van 6 uur en voordat we het doorhadden waren de laatste tien plaatsen die nog over waren vergeven. Omdat de persoon achter de balie door had dat wij niet echt gewend waren om te schreeuwen tegen de kaartjesverkoper vroeg hij dus zelf maar waar wij heen wilden. Wij moesten naar Cabanaconde, want vanaf daar kan je het makkelijkst de Canyon bereiken. De volgende bus vertrok alleen pas om half1 ´s middags en aangezien dat wel erg lang duurde, leek het ons een beter idee om de bus van 9 uur richting Chivay te nemen wat sowieso op de weg lag. Vier en half uur later waren we dan eindelijk in Chivay, hongerig, maar eerst maar een bus vinden richting Cabanaconde. Dat bleek de bus te zijn die om half 1 vanuit Arequipa vertrok, dus eigenlijk hadden we net zo goed kunnen wachten, maar nu konden we in ieder geval lunchen in het stadje. Tegen vieren weer terug naar het busstation en wij bleken niet de enige te zijn die naar Cabanaconde wilden. Toen de bus aankwam bleek die nog half vol te zitten met mensen die vanuit Arequipa richting Cabanaconde reisde en er moesten nog zo´n zestig mensen bij die buiten met ons stonden te wachten. Alhoewel ze vantevoren netjes in de rij gingen staan, veranderde dat al snel toen de deur van de bus open ging. Oude vrouwtjes zijn trouwens het ergst, want die proppen zich overal tussen en beginnenauw te roepen wanneer je terug duwt. Wij hadden dus geen zitplaats en mochten vervolgens twee en half uur staan. Tegen zevenen kwamen we dan eindelijk aan in Cabanaconde, wat nog geen 250 km van Arequipa af ligt. Gelukkig hebben we daar wel een heel leuk hostel kunnen vinden, waar we ´s avonds pizza hebben gegeten en een spelletje hebben gespeeld met wat Argentijnen en een Fin. Vroeg naar bed gegaan, want de volgende ochtend moesten we er om zes uur uit om aan onze trekking te beginnen.

Bij het ontbijt nog even meteen van de gasten van het hostelgepraat over decanyon en welke route het beste was en toen op pad gegaan. Eerst drie en half uur naar beneden de canyon in richting San Juan, waar we even wat hebben gedronken. Vervolgenstwee uur omhoog waarbij we door Malata kwamen; een heel klein dorpje waar we geluncht hebben. (De foto´s van het kerkje enhet plaza staan op flickr) Onderweg zijn we trouwensbijna niemand tegen gekomen en al helemaal geen toeristen. Best vet om alleen te zijn in zo´n gebied en de route vinden isbest goed tedoen. Als we een localtegen kwamen vroegen we altijd voor de zekerheid of we wel op de goede route zaten en of het nog lang lopen is. Na onze lunch in Malata zijn we nog anderhalf uur door gelopen naar een plek van waar je een mooi utzicht had over de canyon en toen anderhalf uur dieper de canyon in naar Sengalle, ook wel de oasis genoemd. Hier zijn een aantal hostels met bamboe hutjes en zwembaden met water wat uit de bergen stroomt. Daar hebben we nog even snel gezwommen voordat het donker werd en begon te regenen. Vlak na ons kwamen trouwens alle tourgroepen binnenstromen. `s Avonds bij het eten wat gesproken met wat mensen en de meesten reageerden vol verbazing dat wij zonder gids waren. Hoe kenden we dan deze plek als we hier zonder gids waren? Blijkbaar lezen zij nog minder in de Lonely Planet dan wij doen, want de canyon stond daar gewoon in beschreven.

De volgende ochtend vertrokken alle groepen alweer om 5 uur en sliepen wij tot een uurtje of 7 waarna we nog de hele ochtend in het zwembad hebben liggen dobberen in het zonnetje. `s Middags begonnen we om twee uur aan de tocht naar boven, want we moesten nog zo´n 1000 meter stijgen om weer terug te gaan naar Cabanaconde. Aangezien mij het wel leuk leek om te kijken hoe snel dat kon, ging ik voorop en was in een uur en 43 minuten terug in het hostel. Marco kwam een half uur later aan, maar was naar eigen zeggen afgeleidt door een groep Argentijnse vrouwen in bikini die hij tijdens de tocht naar boven was tegen gekomen. Wat op zichbest te begrijpen is, want de Argentijnse vrouwen die wij hier tegen komen, zijn allemaal bloedmooi en paraderen het liefst in de hot springs rond in bikini's waar zo min mogelijk stof voor is gebruikt. Wij kijken dus al uit naar Argentinië en als wij twee Argentijnen mogen geloven die we in de oasis spraken is Buenos Aires de hemel op aarde.

Het volgende verhaal zal waarschijnlijk vanuit Bolivia komen, want dat komt steeds dichterbij. De foto's van Cusco en de Colca Canyon staan weer op de site.

Dan eindelijk: Machu Picchu!!

Liters zweet verloren, voeten met blaren, poncho aan / poncho uit, en benen met 60 bulten erop! Maar we zijn er geweest, Machu Picchu. Na het laatste verhaal zijn we aan de Inca Jungle Trail begonnen. De eerste dag mountainbiken van een berg van 4300m. Je denkt dat is vast leuk en aardig maar dat valt nog enigzins tegen! Boven op de berg aangekomen regende het en hing er een dikke mist. Geen probleem dachten wij, wij hebben een goede poncho gekocht. Deze bleek toch niet heel goed te werken aangezien het water gewoon via deonderkant vande poncho binnen kwam. Na vijf minuten zat ik dus al zeiknat op de fiets en Niels alweer in de bus! Zijn fiets had het na zo'n vijf minuten begeven want de ketting wilde er niet op blijven zitten. Gelukkig was er een andere fiets beschikbaar en kon Niels de achtervolging inzetten. De tocht verder was leuk om te doen, niet heel snel maar door riviertjes fietsen en over modderpaden maakte het toch nog wel een succes. Het enige nadeel was de lunch, wij waren de enige met korte broeken en dat hebben we geweten, we werder ongeveer opgegeten. Snel maar weer verder fietsen en het laatste stuk met de bus naar Santa Maria omdat bergop fietsen met deze mountainbikes gewoon niet te doen was.

Na het mountainbiken stond er voor de volgende dag een wandeltocht van 9 uur op het programma naar Santa Teresa en dehotsprings daar in de buurt. Na Huaraz waren we een beetje overmoedig geworden en we dachten dat het wel kon om een paar biertjes te drinken en dan daarna een dag te gaan hiken. Dat viel even vies tegen! Het is een heel ander verhaal om te moeten wandelen door de jungle met je tas met al je zooi erin op je rug. Na vijf minuten begonnen we al te zweten en toen de beklimming van 500 meter werd ingezet begon het zweet van mijn kop te gutsen! Boven aangekomen kregen we van onze gids (Antonio) Coca bladeren (jaja de beruchte bladeren waar Cocaine van gemaakt word), deze doe je in je mond en dan kauw je erop, het vocht moet je doorslikken. In tegenstelling tot Cocaine is dit niet verslavend en word het veel gebruikt tijdens het hiken,het onderdrut de honger en maat het lopen wat lichter. Of deze effecten echt tot uiting kwamen weet ik niet maar ik kan wel vertellen dat de bladeren goed bitter zijn! Maargoed, na de lunch (al 6 uur gelopen) nog maar weer eens drie uur eraan vast geplakt. Onderweg nog met een gammel kabelwagentje de woeste rivier overgestoken en toen kwamen we dan eindelijk aan bij de hotsprings! Heerlijk in het water gelegen, maar een biertje drinken was er niet bij. Zodra je op de kant kwam werd je belaagd door kleine vliegjes, Deet doet gelukkig wonderen!

De derde dag was de laatste hiking dag naar Aqua Calientes, dit is de plaats die aan de voet van Machu Picchu Mountain ligt. Deze dag moest niet zwaar worden maar omdat we de laatste drie uur van de totaal zes uur durende tocht over een treinrails moesten lopen werd het toch nog pittig. Hier ligt namelijk geen mooi paadje naast het spoor maar loop je constant over losse stenen. Aqua Calientes is geen standaard Peruviaans plaatsje maar een echte toeristen stad. Restaurants en hotels alom en hier hebben we een tijdje doorheen gelopen om vervolgens in een restaurant te eindigen. Ze hebben hier trouwens de grootste biertjes die ik in een restaurant gezien heb: 1,1 L. Daar ben je dus wel even zoet mee. Op tijd naar bed maar weer want de dag erna stond de wekker om 3:45 uur.

Bijna verslapen sprongen we onze bedden uit en vlug de wandelschoenen maar weer aan gedaan! We moesten zo vroeg eruit om de 2000 treden tellende trap naar Machu Picchu op te lopen. Dan denk je dat je de enige gek bent die de zonsopgang wilt zien maar dan heb je het mis! Zo'n 2 a 3 honderd man loopt gezellig met je mee de trap op. Boven aangekomen zwommen we alweer in het zweet en het was toen pas vijf uur 's ochtends! Bij de ingang konden we meteen in de rij gaan staan voor een stempel om Wynapicchu te mogen beklimmen. Dit is de berg die op alle foto's achter Machu Picchu ligt. Nadat we deze stempel gekregen hadden begon om zes uur de tour door Machu Picchu. De gids was belabberd wat dus vies tegen viel, in het dorp hebben we daarom maar gelijk weer een boek gekocht met meer informatie over Machu Picchu en de Inca's. Machu Picchu verder is wel fantastisch mooi, het ligt hoog tussen de bergen en met de ochtend mist ertussen gaf dit een onwijs mooi uitzicht. Het enige nadeel was wel dat de berg Wynapicchu geheel in de mist lag. Toch om tien uur maar begonnen aan de volgende 1000 treden omhoog naar de top die 400m hoger ligt. Treden is eigenlijk een groot woord voor de rotsblokken bedekt met modder! In 25 minuten waren we boven wat normaal een uur zou moeten duren en voor de tweede keer die dag was mijn t-shirt weer doorweekt. We hadden wel enorm veel geluk want toen we boven kwamen brak net de zon door en hadden we dus een perfect uitzicht over Machu Picchu de foto's spreken voor zich en zijn hier weer te vinden: FOTOS.

Om elf uur waren we weer terug in Cusco en zijn we gelijk ons bed ingedoken, helemaal kapot van een dagje Machu Picchu tussen een paar duizend toeristen.

Feliz año neuvo 2010!

Ten eerste willen we iedereen natuurlijk een gelukkig nieuwjaar wensen en we hopen dat iedereen net zo´n mooie avond als ons heeft gehad. Nieuwjaar hebben wij in Cusco gevierd, de grootste toeristenstad van Peru, omdat iedereen hier heen komt voor Machu Picchu;voor Oud en Nieuw de ideale locatie.

Gisteravond zijn we eerst met Marion, die we hier weer zijn tegen gekomen, uit eten geweest. Uiteten hier in Cusco is ongeveer twee keer zo duurals in de rest van Peru, maar jammer genoeg niet twee keer zo lekker. Gelukkig was het wel twee keer zo leuk, omdat de bediening zo gestresst was dat het gewoon grappig werd. Aangezien we in een pizzeria zaten, bestelden we natuurlijk pizza, want dat zou toch wel moeten lukken. Bleek dat ze geen kaas meer hadden, geen probleem, dan maar lasagna, waar naar ons idee toch ook echt kaas op moest, maar goed het was oudjaarsavond dus dan doe je niet moeilijk. Cola´tjes erbij besteld en dan maar wachten. Na een half uur kwam de ober met de mededeling dat ze geen cola meer hadden, dus of we misschien iets anders wilden bestellen. Het kwam er eigenlijk op neer dat we of ananas sap konden krijgen of Inka Cola. Inka Cola smaakt absoluut niet naar cola; geel, zoet en de smaak van kauwgomballen. Naja als ze er na 30 minuten pas achter komen dat ze geen cola meer hebben, zal het eten ook wel lang duren. En inderdaad, we hadden gelijk, na 45 minuten kwam de soep, die je zo snel mogelijk moest opeten, omdat het zo weinig was, dat het na 2 minuten koud was. Toen ook maar gelijk gevraagd, of we nog stokbrood konden krijgen, omdat dat ook bij het menu hoorde. Die werden daarna gelijk in de oven gegooid, maar de ober vergat ze er uit te halen, dus die waren natuurlijk zwart. Dan denk je dat ze wel even nieuwe maken, maar we mochten zelf aanschouwen hoe het zwart eraf geschraapt werd. In de tussentijd verdwenen ertrouwens 10 pizza´s de oven in, allemaal met kaas. Eindelijk kwamen onze lasagnas er dan aan en werden ze in de oven gezet. Maar blijkbaar was het hout bijna op, dus werd er even een blok hout in de oven gegooid, maar dat ging met zoveel geweld, dat de as in het rond vloog en natuurlijk ook op de lasagnas belandde. De lasagnas waren verbazingwekkend genoeg welheel lekker en misschien gaf dat beetje as net die authentieke smaak.

Het klinkt misschien allemaal negatief, maar dit was wel het restaurant waar we het meeste gelachen hebben om de ober die constant heen en weer aan het rennen was, een oude man die op een soort van harp 'muziek' aan het spelen was, maar zo´n beperkt repertoire had, dat het constant hetzelfde deuntje was en alles dat mis ging met het eten.

Om kwart voor elf kwamen we dan eindelijk het restaurant uit en zijn we tot een uurtje of 1 op het plaza de armas gebleven om het vuurwerk te bekijken. Op het plaza was het super druk, maar dat weerhield de meeste er niet van om overal rotjes heen te gooien, waardoor je steeds weer mensen hoorde gillen en zag opspringen, omdat iemand het hun richting op gooide. Traditie is hier om om 12 uur met zn allen een rondje om het plaza te rennen en daar hebben wij natuurlijk ook aan mee gedaan. Daarna nog wat staan kijken en we waren eigenlijk best moe van de vorige avond enwe warenvan plan om nog een laatste drankje te doen en dan naar bed te gaan. Het laatste drankje werd alleen wat later gedronken dan verwacht, want we gingen wat drinken in een shot bar en dat ene drankje werden een stuk of tien shotjes; met de meest bizarre namen, zoals een redheaded slut, french pussy en natuurlijk de welbekende B52. Marco wilde ook nog een cock sucking cowboy proberen, maar dat klonk wel erg gay om te bestellen. Uiteindelijk ook nog met wat mensen en de barvrouw naar de discotheek ernaast gegaan en toen we om 6 uur ´s ochtends naar buiten liepen, waren we toch wel redelijkklaar om naar bed te gaan.

Maar goed voor zover Oud & Nieuw hier, na het laatste reisverhaal hebben we half Peru alweer doorgereisd en heel veel dingen gezien en gedaan. Na het laatste verhaal waren we in Huaraz, waar we een 3-daagse trekking hebben gedaan door de Corderilla Blanca. Met een groepje van zes, een gids en een 'donkey driver', drie dagen gewandeld door de wilde natuur. De eerste dag verliep wat stroefjes, omdat de gids niemand kon vinden in het dorp die bereidt was om met ezels en onze kampeerspullen te gaan wandelen vanwege kerst. De tweede dag 8 uur lang gewandeld en een pas van 4700m overgestoken, zwaar, maar het is ongelofelijk mooi als je boven in de sneeuw staat en alleen maar bergtoppen van 6000m om je heen ziet. De derde dag, de 24ste kwamen we om een uurtje of 4 terug in Huaraz en hebben we ´s avonds voor 1,5 euro ons kerstmaal gegeten bij de Chinees en om 12 uur mochten we genieten van een vuurwerk show, want met kerst steken ze hier ook gewoon vuurwerk af. De verkoop daarvan wordt trouwens niet zo streng gecontroleerd als in Nederland, 18 hoef je niet te zijn en een bunker is al helemaal overbodig. Vuurwerk wordt hier gewoon op straat verkocht in een stalletje en daar staan ze ook gerust een sigaret naast te roken.

Na Huaraz hebben we twee dagen in Lima doorgebracht, waar we vantevoren eigenlijk helemaal geen goede verhalen over hadden gehoord, maar wij vonden het best een mooie stad. Twee dagen rondgeslenterd, filmpje gekeken, kerkje bezocht en uitgerust, want na twee dagen moesten we alweer de bus in richting Ica. De eerste dag in Lima ´s avonds in een barretje gezeten met live muziek en wij waren natuurlijk de enige'gringos'. Een groot biertje bleek hier ook niet een halve liter te zijn, maar een kan van 1,5 liter.

In Ica zijn we gaan sandboarden in de woestijn. Eigenlijk niet in Ica zelf maar in een klein plaatsje ernaast, Huancachino. Een klein dorpje waar 200 mensen wonen, midden in de woestijn rondom een echte oase. Omringd door gigantische zandduinen, de ideale plaats om met een snowboard van de duinen af te scheuren. Onze gids bleek alleen niet zo´n hele goede bestuurder te zijn en na 20 minuten konden we al uistappen om te helpen de auto uit te graven. Het sandboarden zelf was wel leuk om te doen, minder snel dan snowboarden, maar wel een gek idee om in het zand te snowboarden. Alleen kwam er drie dagen later nog wel steeds zand uit je oren.

Na een dagje Ica weer de bus in om bij Nasca over tekeningen in de grondte vliegen die mensen duizenden jaren geleden gemaakt hebben. Met een vliegtuigje voor zes personen een half uurtje rond gevlogen, waarbij de piloot het vliegtuig vaak op zijn kant door bochten vloog, zodat je de tekeningen kon zien. In Nasca hadden we trouwens voor het eerst een hotel met zwembad en dat voor omgerekend nog geen 3 euro per persoon! Toen we daar binnen kwamen zagen we prijzen van 40 - 60 US dollar per kamer en wilden we eigenlijk gelijk omkeren, maar een van de gasten achter de balie riep al naar ons dat het 'mas cheaper' was. Wij waren natuurlijk wel benieuwd hoe goedkoop het dan was en hij begon met 30 soles per persoon. Wij zeiden dat het te duur was, waarop hij gelijk naar 25 ging, nadat we hem duidelijk maakte dat het nog steeds te duur was zakte hij naar 20. Dat klonk al prima voor ons, maar we waren wel benieuwd of we hem nog naar 15 konden laten zakken. In de tussentijd was hij al steeds zachter gaan praten, omdat er mensen in de lobby stonden die waarschijnlijk wel de volle prijs hadden betaald. Na overleg, bleek zelfs 15 soles haalbaar en hadden wij voor het eerst een zwembad in ons hotel, waar we de volgende dag natuurlijk goed gebruik van hebben gemaakt.

Nu zitten we dus in Cusco en morgen begint onze Inca Jungle Trail van vier dagen naar Machu Picchu. Foto´s volgen, of nog vandaag of na de Inca trail.

Cavia eten, je hoofd verliezen, en surfen!

Vorig verhaal zaten we net 50 uur in de bus, tel daar nu maar weer 40 uur bij op! Je zou zeggen dat je dan wel een heel eind op weg kunt zijn maar dat valt hier vies tegen. In afstand zijn we misschien net vanaf Utrecht naar Lyon gereden. Maar uiteraard was dat niet voor niets en hebben we weer een boel dingen gezien.

Het laatste verhaal kwam nog uit Chiclayo en daar zijn we totaal drie dagen gebleven. We hebben cultureel gedaan en de Lord of Sípan bezocht in zijn museum. Een kleine mummy, maar wel met een enorme berg goud bij zich. Natuurlijk kan er in zo´n graf niet een bewaker ontbreken en om te voorkomen dat hij zou weglopen uit het graf hakten ze zijn voeten eraf na hem vermoord te hebben. Zo bleef hij mooi op zijn plaats. Naast de bewaker liggen er ook nog een paar vrouwen, een hond, een jongetje en een lama in het graf om er maar voor te zorgen dat de Lord goed voorbereid naar het volgende leven kon gaan.

Een half uur van het museum liggen de piramides van Tucumbe, naja piramides, het zijn meer hopen zand in de vorm van een piramide. Omdat de Moche hun huizen en gebouwen van klei maakten zijn ze in de loop van de tijd door regen en wind veranderd in hopen zand.

Na dit culturele uitstapje weer even chillen op het strand van Pimientel. Echt relaxen werd het niet omdat je ongeveer gezandstraald werd op het strand maar een biertje drinken op de boulevard maakte een boel goed!

Genoeg verbrand voor dit moment besloten we om het rondje: Chachapoyas, Cajamarca, Trujillo te gaan maken. Marion besloot om nog met ons mee te reizen aangezien er op dat rondje nog veel te zien is. Eerst dus met de (afgeraden) nachtbus naar Chachapoyas. De nachtbus is eigenlijk heel relaxt maar toch nog maar even vier uurtjes gaan slapen toen we aankwamen. Het eerste hostel was trouwens een drama, zwarte paddestoelen op het plafond, een rotte lucht in de kamer en geen deur in het toilet dus maar snel naar een ander hostel. Niet veel beter maar bovenstaande was beter en het koste maar $5 dus waar hebben we het over. Dezelfde dag nog twee trips geboekt en een enorm stuk chocolade taart gegeten, gewoon omdat het kon.

De volgende dag stond de trip naar de Gocta waterval op het programma. Dit is de op twee na hoogste waterval ter wereld, 772m in twee delen. Om er te komen moet je wel eerst 2,5 uur lopen en dit was niet echt heel makkelijk na alweer een feest de avond ervoor. Voor 28000 man heeft Chachapoyas enorm veel clubs en een local had ons op sleeptouw genomen dus dan kan je niet echt nee zeggen. Maar goed, na 2,5 uur was de drank er wel uit gezweten en kwamen we aan bij de waterval. Je kunt beter spreken over een neveldamp omdat het water op de boden bijna geheel uit damp bestaat maar nog steeds de moeite waard om te bekijken. Hierna natuurlijk weer 2,5 uur terug lopen en dan zal je net zien gaat de zon doorbreken. Volledig doorweekt kwamen we weer aan in het begin dorp waar we lunch zouden krijgen. Natuurlijk uitgehongerd keken we hier enorm naar uit. Krijg je soep met eenden lever, droog stuk eend met rijst en een koud waterig theetje! Terug in Chachapoyas snel naar de Chinees voor een vol bord goed eten. Na het eten natuurlijk weer stappen. Het is in Peru wel iets anders dan in Ecuador waar je gewoon beetje salsa kon dansen en dan was het wel prima. Hier is het weer meer andere muziek en dus meer een Nederlandse dansvloer met het verschil dat je nog steeds een halve meter boven iedereen uitsteekt. Niels lijkt zich hier beter in te voelen.

Na vijf uur slaap weer uit de veren, op naar weer een volgende tocht. Dit keer naar Kuelap, na Machu Pichu de grootste ruine van Peru en naar later bleek volledig de moeite waard om te bezoeken. Het ligt verscholen in de bergen en na een busrit van 2,5 uur kwamen we er aan. De stad is omringt door een muur van 7 meter hoog die een omtrek van een kilometer heeft. Ooit woonden er 3000 mensen in de stad. Normaal duurt een rondleiding 2 tot 2,5 uur maar wij deden er meer als 3 uur over. Dit was volledig de schuld van een Peruaanse vrouw die echt om de vijf meter zelf op de foto moest met een hoop stenen. Af en toe moest haar man dan ook nog op de foto of moesten ze samen. Iedereen ergerde zich al maar dat deed haar niets en het werd nog erger. Na het bezoek was er om 4 uur lunch in een dorpje op de weg terug. Hier ging iedereen eten en wie deed er natuurlijk weer ONWIJS lang over haar eten, mevrouw natuurlijk! Heel de bus zat alweer vol en zij zat nog te eten. Het is jammer dat we nog niet vloeiend in het schelden in het spaans zijn, maar das misschien maar goed ook

Tongue out
. Achteraf was het wel lachen met de gids om dat mens.

Vanaf Chachapoyas zijn er twee opties om Cajamarca te bereiken, 12 uur met de bus direct, of 18 uur indirect via Chiclayo. De lonely planet adviseert het laatste en daarom doen wij dat natuurlijk niet! Om 6 uur vertrok de bus richting Cajamarca en precies 12 uur later kwamen we aan. Dat klinkt netjes, maar word pas bizar als je weet dat we maar 300km afgelegd hebben over ongeasfalteerde wegen. Toch was het helemaal de moeite waard, het uitzicht was op sommige punten onwijs mooi en achter de bus chauffeur hadden we prima plaatsen met een meter beenruimte. Na twaalf uur toch maar een wat luxer hostel geboekt om even lekker te kunnen slapen na wat mindere nachten. Hier ook voor het eerst Cavia (Cuy) op, en dat is nog best goed te doen ook! Er werd aangeraden om met handen te eten dus wie ben ik om dat dan niet te doen.

Cajamarca is verder niet heel erg interessant. Inca Atahualpa is hier vermoord door de spanjaarden en heeft ze ook nog eens enorm veel goud gegeven en er zijn warm water bronnen waar de Inca´s hun bad namen. Wij zijn daar ook heen geweest en hebben ook maar even een massage erbij genomen. Zwemmen was ook nog een mogelijkheid maar dan moet je natuurlijk wel je zwembroek meenemen (Niels), een massage is misschien ook niet ideaal voor hem want te relaxt ging hij ´s avonds ook nog even plat op z´n bek over een brandkraan. Gelukkig ving de zak met was de val wat op. Snel weer de bus in naar Trujillo voor Niels zich van kant maakt!

In Trujillo hebben we afscheid van Marion genomen die minder tijd heeft en daarom gelijk weer de nachtbus naar Huaraz nam. Wij namen de taxi naar Huanchaco, een surfdorp aan de kust. Het daar was super met lekker eten, hangmatten, en het strand op 50m afstand. De eerste twee dagen gelijk een surfboard gehuurd en peddelen voor het leven. Totaal hebben we misschien 5 golven weten te pakken maar aan het einde van de dag waren we helemaal verrot. Lopen met een longboard voor een paar kilometer is ook niet echt aan te raden maja toch wel de moeite waard. De golven zijn trouwens bizar daar, ze slaan op het strand en dan terug in de zee waar ze op de volgende golf botsen waardoor je een soort wand van water krijgt. Vet om in te zwemmen maar de rotsen op de bodem zijn iets minder als je erop gegooid word.

Na drie dagen relaxen op het strand zijn we nu in Huaraz, we hebben vanacht de nachtbus genomen en gaan morgen voor 4 dagen de bergen in. Huaraz ligt bij nationaal park Cordilleras Blanca wat na de Himalaya de hoogste bergketen te wereld is met 22 toppen boven de 6km. Muts, wanten en dikke broek gaan mee en we hopen dat het niet teveel gaat regen/sneeuwen. Ook nog even snel naar de kapper en dat is hier goed te doen voor 1 euro! Hoe het gegaan is in de bergen volgt weer later!

En foto´s natuurlijk weer via deze link

Goodbye Ecuador, Hello Peru!

Na het laatste reisverhaal over de Galapagos hebben we inmiddels meer tijd in bussen doorgebracht dan ooit tevoren. Maar laten we maar beginnen bij de dag dat we terug kwamen van de Galapagos; de dag dat Marco het laatste reisverhaal schreef. Die dag hebben we overigens 7 uur in het internetcafé doorgebracht, omdat het uploaden van een foto toch minimaal 5 minuten duurt en een kort filmpje al bijna een uur.

Voordat we naar de Galapagos gingen hadden we al met John afgesproken dat we daarna met hem zouden gaan reizen richting het strand en Peru.We besloten om op zaterdag naar Canao te gaan, een plaatsje aan de kust, om te gaan surfen. Toevallig belde Matt de vrijdag voordat we zouden gaan om te vragen wat onze plannen waren en uiteindelijk vertrokken we zaterdag met z´n zevenen richting Canao. En een busreis is natuurlijk geen busreis zonder een flinke kater van de vorige avond. Vantevoren hadden we verschillende mensen gevraagd hoe lang het ongeveer was met de bus naar Canoa. Google Maps zegt 250 km en de meeste mensen hadden het over een reistijd van 5 tot 8 uur. Wij gaan natuurlijk altijd uit van het gunstigste en hoopten dat we tegen 2 uur wel op het strand van Canao zouden liggen. Uiteindelijk was het 8 uur ´s avonds voordat we eindelijk eens in Canao aankwamen en hadden we zo´n 10 uur in de bus doorgebracht.

Na onze ervaringen met bussen de afgelopen week, schatten we dat een bus in Ecuador gemiddeld zo´n 35 km per uur aflegd en je nooit langer dan 5 minuten aaneengesloten in beweging bent. Ten eerste zijn de wegen in zeer slechte conditie, wat hard rijden sowieso onmogelijk maakt en ten tweede staat er minimaal om de km wel iemand die er in wil of er wil iemand uitstappen. Waarbij de bijrijder eruit moet om te helpen met de kippen en varkentjes die het laadruim in moeten. Vervolgens stopt de bus chauffeur zelf ook geregeld om boodschappen te doen of wat te eten te gaan halen. De meeste tijd in de bussen brengen we door met het lezen van een boek, als de weg niet te hobbelig is ennaar buiten staren. Het is ongelofelijk maar je kan zomaar een paar uur naar buiten staren, zonder dat je echt oplet wat je ziet. Slapen is nagenoeg onmogelijk, omdat de weg tussen bergen slingerd en je dus nooit stil ligt in je stoel.

Maar goed, om terug te komen op Canao. het dorpje is heel klein, maar juist op het moment dat wij er waren, was het jaarlijkse 3-daagse fietsain het dorp.Midden in het dorp was een soort van braakliggend terrein waar een podium was gebouwd en de miss verkiezingen werden gehouden.Om het terrein stonden kraampjes waar hete sinaasappelsap met drank werd verkocht, (ben de naam van het drankje vergeten), bier en koude patat met kip. Op de vraag waar de wc´s waren, kreeg je trouwens rare blikken, want dat bleek een schutting te zijn aan de zijkant van het terrein. Canao is echt een surfersdorpje, waar buitenlanders wonen die een bar of hotel hebben en meer dan de helft van de bevolking niks lijkt te doen. Het hotel waar wijsliepen werd gerund door Mexicanen en hun Engelse vrouwen en goed georganiseerd was anders. Dit bleek uiteindelijk wel in ons voordeel omdat de rekening ongeveer een derde goedkoper was dan dat hij hadmoeten zijn.Wij hebben het surfen ook twee dagen geprobeerd op longboards, wat best pittig bleek te zijn, omdat je na het peddellen richting de golven al zo moe bent, dat je niet eens genoeg kracht hebt om je zelf omhoog te duwen en te gaan staan. Het is wel gelukt om een aantal keren te surfen op een golf, maar vergeleken met de echte surfers stelt het niks voor wat wij doen met een board dat twee keer zo groot is als die van hen. Jammer genoeg was het weer niet veel bijzonders, droog maar bewolkt, dus besloten we na 3 dagen om verder te reizen. Wij tweëen en John vertrokken richting Riobamba en de rest ging terug naar Quito, omdat zij weer Spaanse lessen hadden.

Dat was het moment waarop we beseften dat we nu toch echt aan het reizen zijn. In Quito kenden we zoveel mensen dat onze vlucht terug vanaf de Galapagos bijna een vlucht terug naar huis leek. De feestjes zullen we missen, maar vanaf nu gaan we wel weer veel meer zien.De reden waarom we naar Riobamba gingen is omdat er eenspeciaal treintje vertrektdie een berg oprijdt die de Devils´ Nose wordt genoemd. Een hele steile helling, die een spectaculaire rit zou moeten opleveren.De rit met de bus naar Riobamba was weerdolle pret en na 15 uur, kwamen we in Riobamba aan. Deze keer hadden we ons gelukkig wel wat beter voorbereidt en eten engenoeg drinken meegenomen.

Riobamba wastegen de verwachting innog best een grote stad en best mooi vergeleken metwat wegewend waren. De treinrit bleek helaas alleen al volgeboekt te zijn voor de komendemaand, maar we hadden wel de optie omop te stappen in Alausi en alsnog het mooiste stuk van de rit te doen.Omdat de trein alleen op maan-, woens- en vrijdagen rijdt besloten we eerst nog een dagje langer in Riobamba te blijven en hebben Marco en ik nog een stukje van de Chimborazo beklommen;een berg van 6300 m met eeuwige sneeuw. Wij zijn maar tot 5000 m gegaan, maar toch weernet een stukje hoger dan de berg in Quito. Zo goed voorbereidtals wij altijd zijn, hadden we natuurlijk niet echt nagedacht over het feit dat het op 5000 m misschien ook al redelijk koud kon zijn. De omgeving was super mooi en aangezien we er om half 7 ´s ochtends waren, hebben we ook nog een hoop lama´s gezien.

´s Middags vertrokken we richting Alausi om daar de volgende dagde trein te nemen. Alausi was echt een gat vergeleken met Riobamba en op de Chinees en de poolbar na was er niks te doen. Maar de enige reden dat we daar natuurlijk waren was om de volgende dag de trein te nemen. De volgende ochtend stonden we netjes om 11 uur bij het treinstation om de kaartjes te kopen, bleek dat er een kleine lawine was geweest, waardoor de trein niet reedt. Kortom, 3 dagen gewacht op een treintje dat niet ging en 15 uur extra in de bus gezeten. Om daar maar niet te lang over na te denken, besloten we om maar gelijk met de bus naar Cuenca te rijden.

In de bus ontmoetten we een duits meisje (lees: vrouw, 26 jaar), Marion, die besloot om met ons naar een hostel te zoeken. Het hostel waar we terecht kwamen was op ons na helemaal leeg,dus voor 6 dollar kregen we allemaal een tweepersoonsbed. :) Cuenca is een heel mooi stadje, geroemd om de architectuur en vele kerken. De eerste dag hebben weeen museum bezocht waar ze verschrompelde mensenhoofden hadden.Twee stammen in Ecuador kookten vroegerhoofdenvan hun tegenstanders waardoor zeverschrompelden en ze uiteindelijk als een soort van troffeëen werden opgehangen. Best indrukwekkend om te zien en het is een raar gezicht als je van die kleine mensen hoofdjes ziet.

Vlakbij Cuenca ligt Incapirca, de belangrijkste Inca ruines van Ecuador. Om alvast een voorproefje tekrijgen van Peru besloten we daar afgelopen zondag heen te gaan. Volgens de Lonely Planet was de toegangsprijs 6 dollar, dus dan verwacht je wel wat. De ruines bleken helaas niet meer te zijn danwat murenvan 50cm hoog, met bordjes die aangaven dat het ene muurtje de wc was, en twee andere muurtjes langgeledende opslagplaats voor voedsel waren. Dit viel een beetje tegen, dus we hopen dat Peru toch wel wat meer te bieden heeft.

John is inmiddels zelf verder gaan reizen, omdat hij eerder in Peru moest zijn voor zijn Inca trail. We zijn nu dus met z´n drieën en sinds gisteren in Peru. Vanuit Cuenca zijn we naar Loja in Ecuador gegaan, met de bus uiteraard, en vanuit Loja naar Piura in Peru. Het passeren van de grens stelde niet meer voor dan een paar stempeltjes en het invullen van een formuliertje. De stempeltjes moet je bij drie verschillende kantoortjes halen en gelukkig wees de bus chauffeur ons op het laatste kantoortje waar je je moest registreren. Anders weet ik zeker dat we zonder registratie zo de grens over hadden gekund.

Peru blijkt trouwens nog armer dan Ecuador te zijn en dat is ook wel te zien als je stadjes binnenrijdt. Piura is een grote vuilnisbelt waar iedereen zijn afval zo langs de weg stort. Piura was gelukkig niet ons eindstation, want we zijn gelijk doorgereisd naar Chiclayo. Over de Pan-American langs de kust, waar naar buiten staren wel iets saaier is omdat de kuststrook vooral uit woestijn bestaat. Sinds gisteravond zijn we dus in Chiclayo en hebben we in totaal in de afgelopen week een uurtje of 50 in bussen doorgebracht. Daarom hebben we besloten om de komende 2-3 dagen hier te blijven en wat rond te kijkenin de sta en de tombes van Sipán te bezoeken. Vandaag hebben we wat rondgelopen en in winkels rond gekeken. Vooral het Ripley warenhuis blijkt erg in trek te zijn onder de Peruanen. De grootste attracties blijken de roltrappen te zijn, want daar zijn de meesten blijkbaar nog nooit mee in aanraking geweest. Vooral het opstappen is een hele ervaring en sommige proberen er een soort van op te springen waarbij ze bijna onderuit gaan. In Peru zijn we ook weer een beetje meer toerist dan in Ecuador en sommige meisjes beginnen spontaan te giegelen als ze langs lopen.

Voor volgende week staat er eentrekking van een paar dagen op de planning door een national park, en dan zullen we gelijk weer wat foto´s uploaden.

Islas Galapagos

Niet zo heel lang na ons vorige verhaal, maar toch alweer een hoop meegemaakt. Op 19 November zijn we ´s ochtends om half 11 met het vliegtuig naar de Galapagos vertrokken. Het was wel weer vroeg opstaan, vooral omdat de avond daarvoor weer goed gezellig was. Dat krijg je als je een cocktail klas op school krijgt voor 2 dollar! Maargoed, we zitten dus op het vliegveld en het schijnt hier heel normaal te zijn om vertraging op te lopen op binnenlandse vluchten dus vertrokken we driekwartier later. Met een tussenlanding in Guiyaquil kwamen we na 3 uur vliegen aan op de San Cristobal. Na ontvangst op het vliegveld, wat overigens helemaal niks voor stelt, gingen we met een pick-up truck naar de haven. Vandaar met de Panga (soort speed bootje) naar onze boot, de Sulidae. Waar we meteen met onze neus in de boter vielen want we mochten meteen aan de lunch beginnen. Het eten was de hele reis top, veel variatie en lekker klaar gemaakt. Na de lunch dan onze spullen in onze ´kamer´ neerleggen, dit was wel ff wennen want het was niet meer dan een hokkie met 2 bedden half boven elkaar.

Na deze kennismaking met de boot gingen we dan met de groep naar op pad naar onze eerste ontmoeting met zeeleeuwen. De groep bestond overigens uit 4 Amerikanen, 5 Duitsers, 1 Ier, en wij tweeen, later kwamen daar nog 2 Canadezen bij en gingen er vier andere mensen vanaf. Een prima groep om dingen mee te bekijken en ook gezellig bij het eten en op de boot. Terug naar onze eerste ontmoeting dus, schade: een Duitser met schrammen op zijn kont en een andere Duitser met tand afdrukken in zijn rug. Blijkt dus dat een mannetjes zeeleeuw toch niet zo heel tam lijkt als hij is en je moet dus wel op afstand blijven. De vrouwtjes zijn heel anders, die komen gewoon in het water om je heen zwemmen en met je spelen.

Na dit eerste avontuur is onze reis grofweg als volgt verlopen. Op San Cristobal hebben we Kicker Rock en Playa Ochoa bezocht. Van daar zijn we naar Santa Cruz gevaren waar we naar het Darwin Station zijn geweest, hier worden schildpadden gefokt om de natuurlijke populatie te ondersteunen. Vervolgens ging de reis naar Isla Floreana wat ver in het zuiden van de Eilanden groep ligt. Hier hebben we gesnorkelt met pinguins en hebben we een piraten schuilplaats hoog op het eiland bekeken. Van Floreana gingen we naar Isabella. Dit is het grootste eiland en daar zijn we twee dagen gebleven. Op de eerste dag was het meteen raak, we gingen paardrijden! Blijkt dat een paard in Ecuador erg goed tegen schoppen kan want hoe hard je ook schopt hij gaat echt niet harder lopen, pas als de zweep er aan te pas komt gaat hij als de wind. Op de heenweg naar de vulkaan krater hadden Niels, Walter (Amerikaan) en ik dat nog niet heel erg goed door dus we zaten als een stel debielen op die paarden te schreeuwen zodat ze maar iets harder gingen lopen. Uiteindelijk wel heel erg goed vermaakt. Na 8 kilometer kwamen we dan aan bij de rand van de krater die echt gigantisch is. Zeker anderhalve kilometer in doorsnede en volledig bedekt met lava. Terug was een ware hel aangezien het niet echt lekker zitten is op zo´n paard berg afwaards waren blij toen we er weer af konden stappen.

Terug bij het strand kregen we nog wel de mooiste show van de Galapagos te zien toen zeker 200 Blue Boobies (Die vogels met die blauwe voeten;)) aan het vissen waren. Ze vliegen met z´n allen bij elkaar en storten dan massaal in zee als een soort torpedo´s, te zien op een van de filmpjes. Op Isabella hebben we verder ook nog White tip taled sharks gezien maar dit was helaas wel vanaf de kant en niet tijdens het snorkelen.

Van Isabella ging de tocht weer terug naar Santa Cruz. Hier gingen we naar een boerderij waar veel wilde land schilpadden liggen/dobberen/grazen, kortom gewoon weg helemaal niks liggen te doen. Ze zijn echt super om te zien maar na een honderd of 2 begint de verveling wat toe te slaan. Dus dan nog maar wat foto´s van Leguanen maken die er met bosjes te vinden zijn. Maar gewoon stug door fotograferen natuurlijk want elke leguaan is er 1!

Ons laatste eiland was weer San Cristobal vanwaar we natuurlijk met vertraging weer naar Quito vlogen.

Naast alle natuurlijk schoon was het natuurlijk ook gewoon lekker op het dek chillen in de zon en veel zwemmen en snorkelen. Slapen ging de eerste avonden echt heerlijk met dat rustige wiegen in de haven. Maar de laatste nachten waren meer jezelf in bed zien te houden dan echt slapen, de boot ging zo heen en weer dat je je echt klem in bed moest leggen om te kunnen slapen. De crew was super gezellig, vooral het oude mannetje dat de kamers schoon hield en eten op diende was een halve clown, schoot al in de lach als je alleen zijn kop maar zag. Kost totaal wel een boel geld maar het is wel wel waard. En naar verhalen van andere mensen te horen hebben wij het getroffen met onze boot, geen motor schade of vastgelope boot voor ons gelukkig.

Het volgende verhaal zal denk ik ergens uit de kust streek komen aangezien we morgen vertrekken naar Canoa waar we hopen te kunnen surfen en waar veel mensen zijn die we al hebben leren kennen. Voor de foto´s en filmpjes klik hier als je op sets klikt krijg je alle foto categorieen te zien met daarbij de video´s.

Adios